Engelse financiële begrippenlijst
A
B C D
E F G
H I J
K L M
N O P
Q R S
T U V
W X Y
Z
A
Account Executive:
Een werknemer bij een beursmakelaar die klanten adviseert
en orders afhandelt. Iedere account executive moet een
aantal examens afleggen en geregistreerd zijn bij de
National Association of Securities Dealers, alvorens advies
te verlenen of orders af te handelen.
Accredited Investor:
Vermogende beleggers, die over het algemeen meer
investeren dan 1 miljoen dollar of meer verdienen dan
200.000 dollar per jaar. Zij hebben het voorrecht om te
beleggen in riskante aandelen tegen gunstige voorwaarden.
Accrued Interest:
Samengestelde interest, het verdienen van rente op rente.
Acquisition:
De overname van het ene bedrijf door iemand anders of een
ander bedrijf.
Active Market:
Actieve markt waarbij er veel handel is, in dit geval
wordt de handel in aandelen, obligaties en andere effecten
bedoeld.
Advance-Decline:
Meting van het aantal aandelen dat over een bepaalde
periode in prijs is gedaald of gestegen. Deze ratio van de
een ten opzichte van de ander laat ook de richting van de
markt in het algemeen zien ( naar boven of naar beneden ).
All or None Order:
Koop of verkoop order met een restrictie zodat er geen
gedeeltelijke transactie kan plaatsvinden, maar alleen de
gehele order kan worden uitgevoerd. De order wordt anders
automatisch geannuleerd.
American Depository Receipt (ADR):
Ontvangstbewijs voor aandelen van een buitenlands
bedrijf, die in een kluis van een amerikaanse bank worden
bewaard en de aandeelhouder het recht geven op alle
dividenden en winstdeling. In plaats van aandelen te kopen
in het buitenland, kunnen hierdoor Amerikanen buitenlandse
aandelen kopen in de U.S. in de vorm van een ADR.
American Stock Exchange (AMEX):
Beurs waar aandelen en obligaties van kleine en middel
grote Amerikaanse bedrijven worden verhandeld. De AMEX
heette tot 1921 The Curb Exchange. Deze index is gevestigd
op 86, Trinity Place in downtown Manhattan in New York.
Annual Meeting:
Aandeelhoudersvergadering die eenmaal per jaar
plaatsvindt. De managers van een bedrijf informeren de
aandeelhouders over de jaarrekeningen en de Raad van Bestuur
voor het volgende jaar gekozen wordt.
Annual Report:
Jaarlijks verslag over de financiële conditie waar het
bedrijf in verkeert. Ook wel jaarrekening genoemd. Alle
geregistreerde aandeelhouders krijgen hier een kopie van,
zie de regels van de Securities and Exchange Commission.
Arbitrage:
Het profiteren van verschillen in prijs wanneer dezelfde
effecten, valuta of goederen tegelijkertijd worden
verhandeld, op twee of meer markten.
Arbitration:
Het alternatief voor het tot een rechtzaak laten komen,
om onenigheid tussen handelaren en hun klanten en tussen
beurshandelaren onderling op te lossen.
Asked Price:
De laagste prijs waarop je effecten kan aanschaffen, deze
prijzen zijn marktconform.
Asset:
Alles met een commerciële en -of vervangingswaarde, dat
eigendom is van een bedrijf, stichting of individu.
Asset Allocation:
Verdeling van het geïnvesteerde kapitaal, in categorieen
van bezit, zoals liquide middelen, aandelenportefeuille,
vaste activa etc...
Asset mix:
1. Opdeling van een beleggingsportefeuille in
categorieën, bijv. aandelen, obligaties, vastgoed, liquide
middelen;
2. samenvoeging van activa, bijv. na een fusie.
Asset play:
Beursterm voor een aandeel waarvan de activa meer waard zijn dan in de beurskoers wordt onderkend. Door de onderwaardering een interessant beleggingsobject of overnamedoelwit.
At the Money:
Op de prijs van dit moment, zoals een optie contract met
een uitvoerprijs gelijk of bijna gelijk aan de huidige prijs
van de aandelen of onderliggende futures.
Audit:
Professionele controle van de boekhouding van een
bedrijf, waarbij wordt gekeken of deze conform is aan
algemeen geaccepteerde boekhoudbeginselen.
Authorized Shares:
Het maximale aantal aandelen dat een bedrijf mag uitgeven
volgens haar eigen statuten. Normaliter kan een bedrijf dit
aantal verhogen door de aandeelhouders hierover hun stem te
laten uitbrengen.
Baby Bond:
Normale of converteerbare obligatielening waar de
obligaties per stuk minder waard zijn dan $1000. Dit maakt
het voor de kleinere beleggers ook mogelijk te investeren op
de obligatiemarkt. Ook wordt het hierdoor mogelijk voor
kleinere bedrijven, vreemd vermogen aan te trekken.
Balance of Trade:
Netto verschil tussen het import- en het exportcijfer van
een land. Hierbij zijn het de roerende goederen, zoals
auto's en voedsel die voorkomen op de Handelsbalans.
Balance Sheet:
Een financieel verslag dat de bezittingen, schulden en
het eigen vermogen op een bepaald moment, meestal aan het
einde van de maand, weergeeft.
Bear Market:
Voortdurende periode van dalende aandeelkoersen. Een bear
market komt meestal voor als beleggers anticiperen op een
teruglopende economische activiteit. Een bear market bij
obligaties komt meestal door het stijgen van de rente.
Bear raid:
Poging van WallStreetbeleggers om de prijs van een aandeel te manipuleren door grote pakketten short te verkopen. De koersdaling die zodoende wordt bereikt is de winst op de transactie. Verboden door de Securities & Exchange Commision (SEC).
Bear trap:
Doet zich voor indien een aandeel na een sterke daling even opveert. Een belegger die denkt dat de neerwaartse beweging nu voorbij is koopt bij, waarna het aandeel opnieuw een scherpe daling inzet.
Beta:
Een maat van risico, meestal gebruikt om de
beweeglijkheid van aandelen te vergelijken met de
beweeglijkheid van de gehele markt. De S&P 500 Stock Index
heeft een beta coëfficient van 1. Elk aandeel met een hogere
beta is beweeglijker dan de markt zelf en van elk aandeel
met een lagere beta wordt verwacht dat deze langzamer stijgt
en daalt dan de markt. Een conservatieve belegger die niet
veel risico wil lopen moet zich dus toeleggen op aandelen
met een lage beta.
Bid and Ask:
Bied -en laatprijs: De biedprijs is de laagste prijs die
een koper wil betalen voor een bepaald aandeel en de
laatprijs is de prijs die een verkoper wil ontvangen voor
een bepaald aandeel.
Big Board:
Een populaire term voor de New York Stock Exchange.
Black Monday:
Op 19 oktober 1987 daalde de Dow Jones Industrial Average
een record van 508 punten, na de week ervoor ook al scherp
gedaald te zijn.
Blue Sky Laws:
Wetten van verschillende staten in de U.S. die beleggers beschermen tegen fraude met effecten. Deze wetten zorgen ervoor dat verkopers van nieuwe aandelen zich laten registreren en dat zij financiële details over hetgeen zij aanbieden openbaar maken. Hierdoor kunnen beleggers een keuze maken die gebaseerd is op relevante data.
Blue chip:
Kwalitatief hoogstaande aandelen. Bijvoorbeeld de aandelen die de Dow Jones Index vormen, of in Nederland de AEX Index. Oorspronkelijk was een blue chip het duurste fiche in een casino.
Bookbuilding:
Wijze waarop een grote aandelen- of obligatie-emissie wordt geplaatst door een bankensyndicaat. Voorafgaande aan de plaatsing wordt onderzocht tegen welke prijs en naar welke hoeveelheid er voldoende vraag is, zodat afzet van de emissie verzekerd is.
Board of Directors:
De raad van Bestuur van een bedrijf.
Bond:
Obligatie.
Book Value:
Boekwaarde, de waarde waarop een bezit wordt gewaardeerd
op de balans van een bedrijf. De boekwaarde kan helpen bij
het selecteren van ondergewaardeerde aandelen en is een
indicatie voor de marktwaarde van een bedrijf.
Breadth of the Market:
Percentage aandelen die participeren in een bepaalde
marktbeweging. Deze indexen worden ook wel advance-decline
indexen genoemd.
Bridge Loan:
Korte termijn lening, ook wel swing loan genoemd.
Broker/ Dealer:
Individu of onderneming welke als handelaar optreedt in
een effectentransactie.
Broker Loan Rate:
Het rentepercentage waarop beurshandelaren geld van
banken lenen om de posities van hun clienten af te dekken.
Bull Market:
Voortdurende stijging van de prijzen van aandelen en
obligaties. Bullmarkets duren meestal minstens een aantal
maanden en worden gekarakteriseerd door hoge dagomzetten op
de beurs.
Buy Order:
De aankooporder die de cliënt aan zijn handelaar geeft,
om een aandeel of obligatie te kopen.
Buy Stop Order:
Een kooporder die vast gehouden wordt tot de stop prijs
en daarna pas de markt op gaat als een kooporder zodat men
aandelen kan kopen voor de meest voordelige prijs. Ook wel
een suspended marketorder genoemd.
Call Option:
Het recht om 100 aandelen te kopen van een bepaald fonds
of index, op een vooraf afgesproken prijs, voor een bepaalde
deadline afloopt, in ruil voor een premie. Hiermee
speculeert de belegger op een koersstijging van het aandeel.
Canceled Order:
Het elimineren van een koop- of verkoop order.
Capital Gain:
Winst uit de verkoop van een aandeel of bezitting.
Capacity Utilization:
De bezettingsgraad van de industrie is het quotiënt van de totale bezetting van de productiefactoren en het totaal aantal productiefactoren van de industrie. De maximale waarde die deze index kan aannemen is 100 procent. Echter, dit is nog nooit voorgekomen en algemeen wordt aangenomen dat de index onder de 90 procent moet blijven. Deze indicator wordt maandelijks bekend gemaakt en heeft een gematigde importantie.
Cash Flow:
Een analyse van alle veranderingen die te maken hebben
met de kasstromen. De cash-flow is bijvoorbeeld positief
als er meer geld binnenkomt dan dat er uit gaat. De cashflow
is negatief als er meer geld wordt uitgegeven dan er op dat
moment binnenkomt.
Churning:
Het uitvoeren van overdreven veel transacties op rekening van een klant door een effectenmakelaar. Het levert de makelaar commissie op, maar de klant houdt er doorgaans weinig aan over.
Circus swap:
Valutaswap van een variabele rente in Amerikaanse dollars tegen een vaste rente in een andere valuta.
Clearing:
Afwikkeling van effectentransacties
Closing Price:
De prijs van de laatste transactie van een bepaald
aandeel op een handelsdag op de beurs.
Commodities:
Soort-zaken, zoals graan, metalen en voedsel, verhandelt
op een goederenmarkt.
Common Stock:
Eigendomsbewijs van delen van een publiek toegankelijk
bedrijf. Bezitters hiervan mogen stemmen over vb. de te
kiezen de Raad van Bestuur en andere belangrijke zaken. Ook
hebben zij het recht op dividend, evenredig naar hun
investering.
Consumer Confidence Measures:
Deze indicator geeft het vertrouwen weer van de consument in de economie. Het geeft een beeld van de te verwachten handelingen van de consument. Deze indicator wordt door het Amerikaanse marktonderzoekbureau berekend. Is het vertrouwen groot dan is de consument eerder bereid om grote uitgaven te doen zoals het kopen van een auto of wasmachine (=duurzame goederen). Wanneer het vertrouwen laag is zijn consumenten eerder geneigd om hun consumptie uit te stellen.
Consumer Price Index (CPI):
Maat van de verandering in consumentprijzen, bepaald door
een maandelijks onderzoek van het Centraal Bureau voor de
Statistiek. Onder de CPI valt onder andere; kosten van
huisvesting, eten, transport en elektriciteit.
Conversion Price:
De dollarprijs waarvoor omwisselbare obligaties of
preferente aandelenkunnen worden omgewisseld voor gewone
aandelen, zoals vermeld bij de uitgiftedaarvan.
Convertible Bond:
Meestal preferente aandelen of obligaties die
omwisselbaar zijn vooreen aantal gewone aandelen voor een
vooraf afgesproken prijs.
Corporate Bond:
Obligatie uitgegeven door een bedrijf. Deze onderscheiden
zich van staatsobligaties of municipal bonds door vier
specifieke kenmerken: (1) Ze zijn belastbaar door de
belastingdienst; (2) Ze zijn $1000 nominaal (normaliter);
(3) Per uitgifte lopen ze op hetzelfde moment af; (4) Ze
worden verhandeld op de beurs en de koersen worden vermeld
in de kranten.
Coupon Bond:
Obligatie uitgegeven met afscheurbare coupons, die
afgegeven moeten worden om een betaling van rente te
ontvangen. Deze obligaties zijn 'aan toonder' en dus niet op
naam.
Current Yield:
Jaarlijkse interest op een obligatie gedeeld door de
marktwaarde van de obligatie. Dit is dus het werkelijke
rentepercentage en niet het percentage dat vermeld staat op
de obligatie.
Debenture:
Normale obligatie die als onderpand alleen de integriteit
van degene die leent heeft. Een 'unsecured bond' is vb. een
debenture.
Debt equity swap:
De omruiling van schulden tegen aandelen. Veel toegepast in ontwikkelingslanden, waar buitenlandse banken aandelen van geprivatiseerde staatsbedrijven rijgen, in ruil voor kwijtschelding van een deel van de staatsschuld.
Derivative Instrument:
Financieel instrument waarvan de waarde wordt bepaald
door een ander effect. Een optie is bijvoorbeeld een
derivative instrument omdat de waarde hiervan ligt in
onderliggende aandelen, indexen of futures.
Discount Broker:
Broker die orders uitvoerd met een veel lagere
commissieprijs dan een full-service broker.
Discount Rate:
Het rentepercentage dat banken betalen als zij geld lenen
van de staat. De bank moet wel lid zijn van de Federal
Reserve.
Dollar drain:
Het verschil tussen de import van een land uit de VS en de export naar de VS. Wanneer een land meer dollars moet betalen aan import dan het aan export binnenkrijgt, lopen de dollarreserves langzaam leeg.
Dow Jones Index:
Indexcijfer van een dertigtal grote fondsen die worden
verhandeld op de New York Stock Exchange.
Earnings per Share:
Een gedeelte van de winst van een bedrijf, toegewezen per uitstaand aandeel. Bijvoorbeeld, een bedrijf heeft $10 miljoen winst gemaakt afgelopen jaar en heeft een uitstaand aandelenkapitaal van $5 miljoen aandelen. Dit komt dan neer op $2 per aandeel, dus $2 winst per aandeel.
Emerging markets:
Ontwikkelingslanden die een snelle groei doormaken.
Face Value:
De nominale waarde van een obligatie, aandeel of hypotheek, zoals vermeld op het waardepapier zelf.
Federal Call:
Een telefoontje van de vermogensbeheerder om melding te maken dat er eventueel meer eigen vermogen nodig is om je beleggingen te dekken bij een Margin Account. Een Margin Account is een onderpand van geld of aandelen opzij gezet als bewijs dat de investeerder aan zijn verplichtingen kan voldoen.
Federal Funds:
Bedragen die banken bij de Federale Reserve moeten hebben uitstaan om liquide te blijven en te kunnen blijven voldoen aan hun kortlopende verplichtingen.
Federal Open Market Committee:
zie FOMC
Fiscal Year:
Het fiscale jaar, een periode van 12 opeenvolgende maanden, 52 opeenvolgende weken of 365 opeenvolgende dagen. Aan het eind van deze periode worden de boeken afgesloten en wordt de winst- en verliesrekening opgemaakt. Loopt meestal synchroon met het kalenderjaar.
Flotation:
Emissie van nieuwe aandelen of obligaties.
FOMC:
Het belangrijkste comité van the Federal Reserve System, die het korte termijn monetaire beleid uitstippelt voor de Federale Reserve. De bijeenkomsten van dit comité zijn onderwerp van veel speculatie op WallStreet.
Futures Contract:
Een overeenkomst om een specifieke hoeveelheid handelsgoederen of financiële 'instrumenten' te kopen of te verkopen tegen een specifieke prijs. De bijzonderheden van de transactiën en de datum van de transactie worden overeengekomen tussen koper en verkoper op de beursvloer of via de computer.
General Mortgages Bond:
Hypothecaire lening die niet alleen over een stuk eigendom gaat, maar over alle eigendommen waar een hypothecaire lening op kan worden afgesloten van een en dezelfde eigenaar.
Good Delivery:
Dit betekent dat een waardepapier alle vereiste kenmerken heeft en klaar is om gekocht of verkocht te worden. Dus ondertekend, helder geformuleerd en voorzien van alle kwalificaties die nodig zijn. 'Bad delivery' is als een waardepapier dus deze kwalificaties niet heeft en dus nog niet verhandeld kan worden.
Government Bonds:
Obligaties uitgegeven door de Amerikaanse overheid. vb. Treasury bills, obligaties en saving bonds. Government bonds zijn hiervan het meest kredietwaardig, omdat de staat volledig verantwoordelijk is voor de uitbetaling hiervan.
Growth Stock:
Aandelen van een bedrijf dat de laatste jaren een sterkere groei dan gemiddeld heeft laten zien en waarvan wordt verwacht dat de groei van deze aandelen zich voort zal zetten. Op de lange termijn zal de 'growthstock' een hoger rendement opleveren dan langzamer groeiende aandelen. Wel is een 'growthstock' een riskantere investering dan gewone aandelen.
Gross National Product (GNP):
De totale waarde van goederen en diensten geproduceerd in een bepaalde periode door de Amerikaanse economie (meestal over 1 jaar). De GNP groeifactor is de primaire indicator van de stand van de economie op dat moment. De GNP is opgemaakt uit consument- en staatsaankopen, alle binnen- en buitenlandse investeringen in de V.S. en de totale waarde van de export. De GNP wordt ieder kwartaal gepubliceerd.
Goodwill:
Het verschil tussen de boekwaarde van het aangekochte en het werkelijk betaalde bedrag bij overname of aankoop van een onderneming.
Green shoe:
Extra pakket aandelen dat een bankensyndicaat ter beschikking heeft om in de periode kort na een beursgang in de markt te zetten. Afkomstig van de beursintroductie van de Green Shoe Company in Londen, waar na enthousiaste aankopen de koersontwikkeling enigszins getemperd werd door de plaatsing van een extra hoeveelheid aandelen.
GTC Order:
Een order van een klant om een bepaald aandeel te kopen of te verkopen meestal voor een vooraf vastgestelde prijs. De order blijft van kracht tot deze wordt uitgevoerd of afgemeld. Als het lang duurt voordat een order uit wordt gevoerd zal de klant gevraagd worden of deze nog wel wil dat de transactie doorgaat als het aandeel de gevraagde prijs bereikt.
Head and shoulders:
Koersgrafiek met drie toppen: een lage, een hoge en weer een lage. Signaleert een dalende trend na een high.
Hedge Fund:
Privé investeringsfonds zo georganiseerd, dat er een bepaalde investeringsstrategie wordt gevolgd. De investeringsstrategie bestaat uit riskante investeringen zoals Short Selling en Naked Option Writing.
Hedging:
Een strategie om investeringen tegen elkaar af te zetten.
Een perfecte Hedge is het elimineren van de mogelijkheid op
toekomstige winsten of verliezen. Als bijvoorbeeld een
aandeelhouder zich zorgen maakt over het zakken van de koers
kan deze zijn aandelenpakket afdekken door het kopen van een
put-optie of het verkopen van een call-optie.
Index:
Statistische compositie die de veranderingen meet van de economie of van financiële markten, meestal als percentage uitgedrukt ten opzichte van de vorige maand. Voorbeeld: AEX-index en New York Exchange Index.
Initial Public Offering (IPO):
De eerste aanbieding van een bedrijf van zijn aandelenpakket aan het publiek. IPO's zijn meestal een kans voor reeds bestaande beleggers grote winsten te boeken, omdat dit de eerste keer wordt dat hun aandelen een marktwaarde krijgen, gebaseerd op toekomstige groei perspectieven van het bedrijf.
Institutional Investor:
Organisatie die handelt in grote hoeveelheden effecten. Enige voorbeelden zijn mutual funds, banken, verzekeringsmaatschappijen en pensioenfondsen. Meer dan 50% en soms meer dan 70% van de dagelijkse handel op de New York Stock Exchange wordt verricht door institutionele beleggers.
Interest:
De kosten van het gebruiken van geld, uitgedrukt in een percentage en over een bepaalde periode, meestal 1 jaar. Dan heet het ook wel 'annual rate of interest'.
In The Money:
Optie-contract op een aandeel waarvan de huidige marktprijs boven de 'striking price' van een call-optie ligt of onder de 'striking price' van een put-optie. Met andere woorden je noemt iets in the money als je er winst op kan maken als je de optie verkoopt.
Issued and Outstanding Shares:
Issued betekent de aandelen in portefeuille en outstanding betekent de uitstaande aandelen. Samen maken zij het aandelenkapitaal.
Junk Bond:
Obligatie met een lage creditrating. Door de uitgevers van deze effecten liever high-yield bonds genoemd. Junk bonds worden uitgegeven door bedrijven zonder documentatie over hun winsten en verliezen of leveren alleen summiere informatie, of door bedrijven met kredietwaardigheid waar men vraagtekens bij kan zetten. Omdat de koersfluctuaties hevig zijn, zijn deze effecten erg populair bij de beleggers die veel risico durven nemen.
Leverage:
Manier van verbeteren van het rendement of waarde zonder
het verhogen van de investering. Het kopen van aandelen op
margin is een voorbeeld van 'leverage' met geleend geld.
Limited Partnership:
Een organisatie met een general partner, die de bedrijfsvoering doet en gelimiteerde partners, die geld investeren maar die ook beperkte aansprakelijkheid dragen, zij zijn niet betrokken bij de dagelijkse bedrijfsvoering en kunnen niet meer verliezen dan hun initiële investering. Voorbeelden zijn het financieren van een film of het leasen van materiaal, onderzoek of andere projecten.
Limit Order:
Order van een klant om een aandeel te kopen of te verkopen voor een bepaalde prijs of beter. De handelaar zal de order alleen uitvoeren binnen de prijsrestrictie.
Listed Security:
Aandeel of obligatie welke geaccepteerd is voor
verhandeling door een van de geregistreerde beurzen in de
U.S.
Listed securities zijn ook converteerbare obligaties,
preferente aandelen, warrants, futures en opties.
Margin:
De speelruimte die een belegger heeft bij een handelaar
om mee te beleggen, het kan dus even zijn dat hij in
principe geld leent van de handelaar om een bepaalde
investering te maken. Dit bedrag moet dan wel binnen
afzienbare tijd weer bijgeschreven zijn op de rekening van
de beurshandelaar. Als hij geld leent dan moet hij wel
voldoende onderpand hebben om de belegging te kunnen maken.
Margin Requirement:
Het minimale bedrag dat een klant heeft moeten inleggen
in de vorm van geld of effecten op een margin account, zoals
in Regulation T van de Federal Reserve Board staat
beschreven. Regulation T vereist een minimale inleg van $
2000 of 50% van de aankoopprijs van de effecten aangeschaft
op de margin.
Market Maker:
Een beurshandelaar die geregistreerd staat als handelende
in bepaalde effecten op een bepaalde aandelenbeurs.
Marked to Market:
Een waardering van een aandeel of een aandelenportfolio tegen de huidige marktwaarde. Bijvoorbeeld opties en futures zijn marked to the market aan het einde van het jaar om de winst of verlies te bepalen en voor belasting doeleinden.
Marketperformer:
Is een aandeel waarvan verwacht wordt dat de koers het de
komende 12 maanden ongeveer even goed zal doen als de
aandelen-index van de beurs waarop het betreffende aandeel
verhandeld wordt.
Maturity:
De datum waarop schuldbrieven zoals obligaties e.a. aflopen en dus uitbetaald moeten worden. Ook de afloopdatum waarop een lening moet zijn terugbetaald.
Merger:
Samenwerkingsverband tussen twee of meer ondernemingen,
vb. fusies.
Mortgage Bond:
Obligatielening met als onderpand een hypotheek op het
vastgoed van degene die de lening aangaat.
Municipal Bond:
Een obligatielening uitgeschreven door een staat of door
een locale overheid. Deze fondsen kunnen aanvullend zijn
voor de centrale overheid of gebruikt worden voor speciale
projecten.
Mutual Fund:
Fonds beheerd door een vermogensbeheerder, dat geld van
aandeelhouders belegt in aandelen, obligaties, opties of
andere soorten beleggingen. Deze fondsen hebben het voordeel
dat het vermogen gespreid wordt en beheert wordt door
professionele handelaren en hierdoor meestal een hoger
rendement behalen dan als men zelf zou gaan beleggen.
NASD:
Non-profit organisatie gevormd onder the Investment
Bankers' Conference en the Securities and Exchange
Commission.
In principe behoren alle vermogensbeheerders en
beurshandelaren tot de leden van de NASD. Zij hebben een
aantal principes; (1) het standaardiseren van de manier van
handelen in het veld. (2) het verzorgen van een hoge moraal
en ethiek in het handelen met effecten. (3) een
representatief orgaan bieden voor investeerders en overheid
waar overlegd kan worden over zaken van gemeenschappelijk
belang. (4) het verzorgen en opleggen van eerlijke en
gelijke regels voor de handel in effecten. (5) een
disciplinair orgaan dat zijn leden op de naleving van de
bovenstaande regels kan controleren.
Nasdaq:
National Association of Securities Dealers Automated
Systems. Is eigendom van en wordt gerund door de National
Association of Securities Dealers ( NASD). De Nasdaq is een
computergestuurd systeem dat voor beurshandelaren de prijzen
van de effecten actueel weergeeft. De Nasdaq quotes worden
gepubliceerd op de financiële pagina's van de meeste
kranten.
Net Asset Value (NAV):
De marktwaarde van een aandeel van een mutual fund, loopt
gelijk met de biedprijs van een aandeel. Deze wordt elke dag
voor elk fonds berekend na het sluiten van de beurs.
Net Income:
Het verschil tussen de totale verkopen en de totale kosten. Hierbij wordt meestal vermeld of het voor of na aftrek van de inkomensbelasting is.
Nifty fifty:
De vijftig favoriete aandelen onder institutionele
beleggers.
Odd Lot:
Effecten handel in minder dan de normale
handelshoeveelheid. (normaal worden aandelen verhandeld per
100 stuks, dit wordt een round lot genoemd)
Offering Price:
Prijs per aandeel dat ter verhandeling wordt aangeboden
op de beurs. Ook public offering price genoemd.
Open Order:
Koop- of verkooporder van effecten die nog niet is
uitgevoerd of geannuleerd.
Option:
Een effectenhandel overeenkomst. Deze zijn gekoppeld aan aandelen, goederen of index. Zie ook Call Option of Put Option.
Outperformer:
Aandeel waarvan verwacht wordt dat de koers het de
komende 12 maanden beter zal doen dan de aandelenindex van
de beurs waarop het betreffende aandeel verhandeld wordt.
Over-the-Counter ( OTC ):
Een aandeel dat niet is geregistreerd en wordt verhandeld
op een georganiseerde beurs. Effectenhandel die niet plaats
vind op een beursvloer, maar via de telefoon of
computernetwerk. Vaak kleine aandelen van kleine bedrijven
die nog niet voldoen aan de eisen van de New York Stock
Exchange, maar ook bedrijven die wel aan deze eisen voldoen,
kiezen ervoor om te blijven bij de over-the-counter handel.
Ook de OTC handel is gereguleerd door de NASD.
Penny Stocks:
Aandelen die worden verhandeld voor minder dan $1 per
aandeel. Deze aandelen zijn vaak erg grillig en fluctueren
sterk. Deze aandelen worden beschouwd als uiterst
speculatief en zijn niet geschikt voor de conservatieve
beleggers.
Pink Sheets:
Dagelijkse publicatie van het National Quotation Bureau,
die de bied-en laat prijzen van duizenden over-the-counter
aandelen regelt. Veel van deze aandelen zijn niet opgenomen
in de dagelijkse publicatie van de beurskoersen in de
kranten.
Preferred Stock:
Preferente Aandelen; dit zijn aandelen met meer rechten
dan normale aandelen. Bezitters hiervan kunnen vb. voorrang
krijgen bij dividenduitkering.
Prime Rate:
Het interestpercentage dat banken aan hun meest kredietwaardige klanten berekenen.
Private placement:
Het direct plaatsen van effecten bij een belegger - vaak
een instituut - zonder de transactie via de beurs te laten
lopen
Producer Price Index ( PPI ):
Maat van verandering in groothandelprijzen ( vroeger
Wholesale Price Index genoemd ), uitgebracht door het 'U.S.
Bureau of Labor Statistics'. De index is onderverdeeld in
componenten als; Commodity, Industry sectoren Stage of
Processing. Het equivalent voor de consument heet de
Consumer Price Index.
Proxy:
Machtiging gegeven door aandeelhouders van een bedrijf,
om te kunnen stemmen bij een aandeelhoudersvergadering. Deze
stemming gaat meestal over het kiezen van de Raad van
Bestuur.
Put Option:
Contract welke het recht geeft om een bepaald aantal
aandelen tegen een vooraf bepaalde prijs te verkopen op een
vooraf bepaalde datum. De koper van de put-optie verkrijgt
dit recht door het betalen van een optie premie.
Q
Record Date:
De datum waarop een aandeelhouder officieel in het bezit
moet zijn van aandelen om in aanmerking te komen voor een
dividenduitkering.
Registered Bond:
Een obligatie waarbij de naam van de houders van de obligatie wordt opgenomen in het register van degene die de obligatielening uitschrijft .De obligatie kan alleen van eigenaar verwisselen met goedkeuring van de geregistreerde eigenaar van de obligatie.
Retail Sales:
De indicator 'de detailhandel verkopen' wordt maandelijks berekend door the Bureau of the Census. Dit cijfer geeft een eerste indicatie van wat de consument in een bepaalde maand heeft geconsumeerd. Bij het berekenen van het GDP wordt onder andere gebruik gemaakt van de retail sales.
Reversed takeover:
Omgekeerde overname. Het over te nemen bedrijf wordt
bezitter van de aandelen van de overnemer, die zodoende
wordt opgenomen in het overgenomen bedrijf.
Round Lot:
Algemeen geaccepteerde handelshoeveelheid op een
effectenbeurs. Op de New York Stock Exchange is een round
lot 100 aandelen en $1000en $5000 per keer voor obligaties.
Secondary Distribution:
De primary distribution is de eerste uitgave van de
aandelen van een bepaald bedrijf. Deze aandelen worden
meestal opgekocht door grote investeerders, meestal
institutionele beleggers. De Secondary Distribution
is dan het doorverkopen van de aandelen aan particulieren
voor een hogere prijs. Dit is dus de tweede keer dat de
aandelen verhandeld worden.
Security:
Investering: een effect zoals een aandeel, obligatie,
optie, warrant of future.
Selling Short:
De verkoop van een aandeel dat niet in eigendom is van de
verkoper. Deze techniek wordt gebruikt om voordeel te halen
uit een geanticipeerde daling van de prijs. Een investeerder
leent aandeelcertificaten op het moment van de short sale.
Als de verkoper later die aandelen kan kopen voor een lagere
prijs, maakt deze winst, als die prijs stijgt, maakt deze
verlies.
Stop Order:
Een order voor een effectenhandelaar om te kopen of te
verkopen voor de marktprijs als het aandeel een specifieke
prijs is gepasseerd die we de stop prijs noemen . Een 'stop
order' kan een dagorder zijn , maar ook een good-till-cancelled
order.
Strike Price:
De prijs waarop het aandeel of goed, met onderliggend een
call -of putoptie, kan worden aangekocht (call) of verkocht
(put) tijdens een specifieke periode.
Serial Bond:
Uitgegeven, meestal door een Municipality, met
verschillende afloopdata, maar wel met dezelfde voorwaarden.
Settlement Date:
De datum waarop een uitgevoerde order moet zijn
afgehandeld, ofwel de koper moet hebben betaald voor de
effecten, ofwel de verkoper moet de effecten hebben
afgeleverd. Meestal 5 dagen na het uitvoeren van de order.
Standard & Poor's Index (S&P 500):
Breed gebaseerde meting van de veranderingen in de
koersen van 's werelds 500 meest verhandelde aandelen.
Stock Split:
Dit betekent het splitsen van aandelen. Dit is niet het
aantrekken van nieuw vermogen, maar vb. het aantal aandelen
verdubbelen, dit betekent dus ook een halvering in prijs per
aandeel en dus ook een halvering in dividend per aandeel.
Men doet dit om het aandeel toegankelijker te maken voor een
breder publiek
Tax-Exempt Security:
Verplichting waarvan de rente is vrijgesteld van belasting door de staat, provincie of lokale overheid. Meestal wordt dit een Municipal Bond genoemd, ook al wordt deze uitgegeven door de staat, stad of gemeente. Er hoeft hierbij dus geen inkomensbelasting over de rente te worden betaald.
Ticker Symbol:
Dit is het letterwoord waarmee op de Amerikaanse beurzen
de beursgenoteerde aandelen worden aangeduid.
Trade:
Het uitvoeren van een transactie, inhoudend het kopen of
verkopen van aandelen, obligaties, optie of future contract.
De koper en verkoper komen een bepaalde prijs overeen waarna
de overdracht plaatsvindt.
Treasury Bills (T-Bills):
Korte termijn obligaties met een aflooptijd van 1 jaar of
minder. Treasury Bills zijn nominaal minstens $10.000 en
lopen daarna op per $5000. Treasury Bills zijn het
belangrijkste instrument voor de Federal Reserve in de
regulering met betrekking tot het verkrijgen van geld via
een open markt systeem.
Treasury Stock:
Aandelen die teruggekocht worden door het bedrijf dat ze heeft uitgegeven. De aandelen blijven in portefeuille maar zijn niet meer uitstaand, er wordt dus ook geen dividend over uitbetaald.
Triple A:
Hoogste credit rating, verstrekt door de gezaghebbende rating agencies Moody's en Standard & Poor. De kwalificatie Triple A (AAA) wil zeggen dat de kredietwaardigheid van een bedrijf maximaal is
Triple witching hour:
Laatste uur van de handel op de derde vrijdag van maart,
juni, september en december, als opties en futures op de
aandelenindices gezamenlijk expireren. De massale handel
zorgt voor abnormaal hoge activiteit (noise) en
volatiliteit.
Uncovered Options:
Een optie contract waarbij de eigenaar niet de onderliggende investering in zijn bezit heeft.
Underperformer:
is een aandeel waarvan verwacht wordt dat de koers het de
komende 12 maanden minder goed zal doen dan de aandelenindex
van de beurs waarop het betreffende aandeel verhandeld
wordt.
Vesting:
Het recht dat een werknemer geleidelijk verkrijgt na een
aantal dienstjaren en zo mee kan delen in de winst, bonussen
of uitkeringen van een pensioenfonds.
Volume:
Het totale aantal aandelen, obligaties of futures die
verhandeld worden in een bepaalde periode. Deze aantallen
worden elke dag gepubliceerd in de kranten.
WallStreet:
Straat in New York, waar de New York Stock Exchange is gevestigd.
Warrants:
Soort effect, meestal samen met een obligatie of
preferent aandeel gehouden, dat de eigenaar het recht geeft
om voor een proportioneel bedrag aandelen te kopen voor een
vooraf bepaalde prijs, tijdens een periode van jaren of
oneindig.
Wash Sale:
Aankoop en verkoop van hetzelfde aandeel of tegelijkertijd ofwel binnen een korte periode.
Window dressing:
Zodanig schuiven in de beleggingsportefeuille dat de
kwartaal- of eindejaarsrapportage een zo gunstig mogelijk
beeld laat zien.
Yield:
Het rendement op een obligatie, met het totaal aan
jaarlijkse rentebetalingen inbegrepen, de aankoopprijs en de
tijd tot de afloop van de obligatie; dit wordt ook wel
'maturity yield' of 'yield to maturity' genoemd.